Indonesië | Onze eerste grote backpackreis
In 2015 maakten we onze eerste backpackreis naar Indonesië. Een land dat bij ons allebei al lange tijd hoog op het lijstje stond, maar om heel verschillende redenen.
Voor mij had Indonesië altijd een bijzondere betekenis. Mijn oma reisde vroeger regelmatig naar het land om haar zus op te zoeken, die als non op het eiland Sulawesi woonde. Daardoor was Indonesië voor mij al van jongs af aan een land waar verhalen over werden verteld.
Ook mijn man had al een bijzondere band met Indonesië. Tijdens zijn werk had hij er ooit heel kort kennis mee mogen maken en was hij eigenlijk meteen verliefd geworden op het land.
Tot die tijd hadden we nog niet echt buiten Europa gereisd. Onze vakanties bestonden vooral uit kamperen in Europa, iets wat we overigens nog steeds ontzettend leuk vinden. Maar als we tegenwoordig mogen kiezen tussen een klassieke kampeervakantie of met een backpack de wereld ontdekken, dan staat die backpack toch nét iets hoger op ons lijstje.
En zo begon in 2015 ons eerste echte reisavontuur.
Jakarta – onze eerste kennismaking
In september vlogen we vanaf Düsseldorf, via Dubai, naar Jakarta. Onze eerste kennismaking met Indonesië?
Druk, chaotisch en warm!
Jakarta is de hoofdstad van Indonesië en ligt op het eiland Java. De stad kent nog veel Nederlandse invloeden uit de koloniale geschiedenis. Zo stond Jakarta vroeger bekend als Batavia en kun je in het oude stadscentrum nog verschillende gebouwen en plekken terugvinden die aan die periode herinneren.
Wij vonden het leuk om Jakarta even te ontdekken en de belangrijkste bezienswaardigheden mee te pakken, maar voor ons was één à twee dagen in de stad voldoende. We waren vooral benieuwd naar wat er buiten de hoofdstad te ontdekken viel.
Dus: backpack weer op en op naar onze volgende bestemming.



Yogyakarta – tempels, marktjes en gezelligheid
Met de trein reisden we verder naar Yogyakarta, of kortweg Yogya.
Hoe het tegenwoordig precies geregeld is met het kopen van treinkaartjes weten we niet, maar in 2015 moest je daar behoorlijk wat tijd voor uittrekken. Het tempo ligt in Indonesië nu eenmaal anders dan we in Nederland gewend zijn. Haast maken heeft weinig zin; uiteindelijk komt het allemaal wel goed.
En misschien is dat meteen een mooie eerste les tijdens het reizen: laat je Nederlandse haast lekker thuis.
Yogyakarta vonden we ontzettend leuk. Een bruisende stad vol gezellige eettentjes, marktjes en vriendelijke mensen. Kijk wel even goed welk hotel/hostel je boekt, die van ons was ontzettend smerig!
De grootste trekpleisters zijn natuurlijk de indrukwekkende tempels Borobudur en Prambanan.
Die mag je wat ons betreft echt niet overslaan.
Onze tip: ga zo vroeg mogelijk. Niet alleen vanwege de warmte, maar vooral omdat het dan nog een stuk rustiger is. Bovendien is het licht in de vroege ochtend prachtig voor foto’s.
Wij verbleven maar een paar dagen in Yogyakarta, maar je kunt hier met gemak langer blijven.


Malang & de Bromo – vroeg uit de veren
Na Yogyakarta reisden we verder naar Malang. Voor ons was dit vooral een tussenstop met één belangrijk doel: de Bromo-vulkaan bewonderen bij zonsopkomst. En met zonsopkomst bedoelen we écht vroeg.
Volgens mij werden we rond 03.00 uur opgehaald. Slaperig stapten we in de auto, klaar voor een van de hoogtepunten van onze reis. We dachten nog, we slapen in de taxi wel wat verder.
Althans… dat hadden we gehoopt.
De rit naar boven was namelijk allesbehalve ontspannen. De chauffeur van onze taxi reed zo roekeloos dat we ons voor het eerst tijdens onze reis echt niet veilig voelden. Haarspeldbochten, diepe afgronden en een chauffeur die blijkbaar vond dat snelheid belangrijker was dan ons welzijn: we hebben met samengeknepen billen in de auto gezeten.
Eenmaal boven konden we gelukkig weer opgelucht ademhalen. Het uitzicht was prachtig, maar één ding hadden we niet helemaal verwacht: we waren absoluut niet de enigen. Het uitkijkpunt stond vol met andere reizigers en daarmee voelde het behoorlijk toeristisch.
Ben je iemand die liever een rustig plekje in de natuur opzoekt? Dan is dit misschien niet helemaal jouw ding. Ga je wel? Zorg dan dat je je heel warm aankleedt. Boven op de berg kan het verrassend koud zijn!
Sumatra – de jungle in
Na ons Bromo-avontuur moesten we bepalen wat de volgende bestemming zou worden. Eigenlijk wilden we graag naar Borneo. Maar kort voor ons vertrek was er een vliegtuig van dezelfde maatschappij neergestort en dat zorgde ervoor dat we toch wat twijfels kregen over deze route. Op dat moment voelde het voor ons als de juiste keuze om Borneo over te slaan.
We besloten daarom vanuit Malang naar Sumatra te vliegen. Qua route was dat misschien niet de meest logische keuze, maar we wilden heel graag de jungle in. En achteraf zijn we ontzettend blij dat we die keuze hebben gemaakt. Op Sumatra werden we opgewacht door onze gids Deddy, die ons een week lang over het eiland zou rondrijden. Onze eerste bestemming was Bukit Lawang.
Bukit Lawang – op zoek naar orang-oetans
Bukit Lawang is een ontzettend gezellig en sfeervol plaatsje. Er hangt een relaxte sfeer, langs de weg vind je leuke eettentjes en de mensen zijn ontzettend vriendelijk.
Het plaatsje ligt aan de rand van het Gunung Leuser National Park, een van de plekken waar je de bijzondere Sumatraanse orang-oetan kunt tegenkomen. Wij sliepen in een prachtige lodge midden in de natuur. ’s Ochtends werden we wakker met het geluid van de jungle en de roep van apen om ons heen. Precies waarvoor we naar Sumatra waren gekomen.
We maakten een jungletrekking van maar liefst zeven uur. Tijdens de lunch aten we heerlijke rijst uit een bananenblad en onderweg werd er vers fruit uit de bomen geplukt als snack. Een dag die we ons nog altijd goed kunnen herinneren.



Tangkahan – midden in de jungle
Vanuit Bukit Lawang reisden we verder naar Tangkahan. En dat was een rit om niet snel te vergeten.
De weg was waarschijnlijk een van de meest hobbelige wegen waar we ooit overheen zijn gereden. Ben je snel wagenziek? Dan is een reistabletje misschien geen overbodige luxe.
Maar eenmaal aangekomen waren we de hobbelige rit alweer snel vergeten. Tangkahan ligt midden in de jungle en is bereikbaar via een touwbrug. Met een grote koffer zou ik hier dus niet graag aankomen!
De natuur is hier prachtig en je kunt verschillende activiteiten ondernemen, zoals een tocht met een rubberen band over de rivier. Ook leven hier Sumatraanse olifanten. En juist daar zit voor ons tegenwoordig een belangrijk verschil tussen wat we toen deden en hoe we nu reizen.
Met de kennis van nu
Tijdens onze reis hebben we zowel orang-oetans als Sumatraanse olifanten van dichtbij mogen bewonderen. Destijds vonden we dat fantastisch. We mochten bijvoorbeeld de orang-oetans met de hand fruit geven en met de olifanten de rivier in om ze te wassen. We dachten toen dat alleen rijden op de olifant verkeerd was.
Het leverde natuurlijk geweldige foto’s en herinneringen op. Maar als we hier nu op terugkijken, zouden we daar absoluut andere keuzes in maken.
Orang-oetans en olifanten worden ernstig bedreigd en juist daarom vinden we het belangrijk om wilde dieren zoveel mogelijk hun natuurlijke gedrag en afstand tot mensen te laten behouden. Inmiddels kiezen we er tijdens onze reizen bewust voor om dieren op afstand en in hun natuurlijke omgeving te bewonderen en activiteiten waarbij direct contact wordt aangemoedigd over te slaan.
We waren toen vooral reizigers die voor het eerst de wereld ontdekten. Inmiddels zijn we ons veel bewuster van de impact die bepaalde toeristische activiteiten kunnen hebben.
En ook dat vinden we mooi aan reizen: je blijft leren.
Lombok – paradijs zonder haast
Na onze bijzondere tijd op Sumatra was het tijd voor iets compleet anders. We vlogen naar het eiland Lombok.
In 2015 was Lombok nog relatief rustig en weinig toeristisch. Hier en daar werd een nieuw hotel gebouwd, maar je kon nog steeds zomaar een prachtig wit strand tegenkomen waar bijna niemand te vinden was. En precies die sfeer vonden wij geweldig. Met een scooter het eiland ontdekken, ergens stoppen voor een drankje, genieten van het strand en muziek maken met locals. Geen strak programma, geen haast. Gewoon kijken waar de dag je brengt.
Hoe Lombok er tegenwoordig uitziet, durven we niet uit eigen ervaring te zeggen. We horen regelmatig dat het eiland inmiddels wordt gezien als het ‘nieuwe Bali’. We hopen vooral dat de relaxte sfeer die wij er in 2015 vonden, behouden is gebleven.
De Gili-eilanden – van rustig tot bruisend
Vanuit Lombok reisden we door naar de Gili-eilanden.
En alleen de boottocht ernaartoe was al een ervaring op zich. Mocht je ooit de aflevering Thailand van Ronald Goedemondt hebben gezien… laten we zeggen dat het beeld dat daar wordt geschetst niet eens zo heel ver van onze ervaring vandaan kwam. 😉
Wij bezochten Gili Air en Gili Trawangan.
Gili Air was voor ons vooral de plek om tot rust te komen. Mooie lodges, fijne stranden en rustig genieten.
Gili Trawangan was een heel ander verhaal. Hier kwamen veel backpackers samen en was er volop gezelligheid. We snorkelden tussen de schildpadden, fietsten het eiland rond, aten heerlijk en genoten ’s avonds van live muziek en een drankje.
Twee eilanden die dicht bij elkaar liggen, maar toch een totaal verschillende sfeer hebben.


Bali – het bekende slotstuk
Onze laatste bestemming was misschien wel het bekendste eiland van Indonesië: Bali.
We begonnen in Ubud, het culturele hart van het eiland. Hier bezochten we onder andere een Luwak-koffieboerderij. De koffie wordt gemaakt van koffiebessen die door de Luwak, een civetkat, worden gegeten en vervolgens weer worden uitgepoept.
Ook bezochten we een traditionele Balinese dansvoorstelling. De kleurrijke kleding, muziek en bewegingen maakten dit tot een bijzondere ervaring. Maar Bali had nog veel meer voor ons in petto.
Lovina – dolfijnen op zee
Vanuit Ubud reisden we naar het noorden van Bali, naar Lovina. Lovina staat onder andere bekend om het spotten van dolfijnen. En ook hier ontdekten we dat het belangrijk is om goed te kijken welke tour je boekt.
Sommige excursies vertrekken met grote aantallen boten tegelijkertijd. Dat kan ervoor zorgen dat dolfijnen worden opgejaagd en niet meer op een natuurlijke manier kunnen zwemmen. Wij kozen destijds bewust voor een tour die buiten de drukste tijden het water op ging.
Het resultaat was geweldig.
We waren vrijwel alleen op zee en zagen ontzettend veel dolfijnen. Een van die momenten waarop je even beseft hoe bijzonder het is dat je dit allemaal echt aan het meemaken bent.



Jatiluwih – eindeloze rijstvelden
Voor wie net als wij gek is op mooie landschappen, is Jatiluwih absoluut een aanrader. Hier vind je uitgestrekte rijstvelden die zich als groene terrassen door het landschap slingeren. Na alle steden, stranden, tempels en jungle was dit weer een compleet andere kant van Bali.
Een plek waar je vooral even rustig moet rondlopen en om je heen moet kijken.


Tanah Lot – een tempel in zee
Ondanks dat we inmiddels behoorlijk wat tempels hadden gezien, wilden we ook Tanah Lot niet overslaan. Deze bijzondere tempel staat op een rots in zee en wordt tijdens vloed volledig door het water omringd. Tijdens eb kun je dichter bij de tempel komen.
Omdat Tanah Lot nog altijd een belangrijke religieuze plek is, is het niet zomaar een toeristische attractie. Houd wel goed rekening met het getij wanneer je je bezoek plant.
En lukt het niet om tijdens eb te gaan? Geen probleem. De zonsondergang bij Tanah Lot is namelijk minstens zo indrukwekkend.

Kuta – het einde van onze eerste backpackreis
Als laatste zijn we geëindigd in het kustplaatsje Kuta, vlak bij het vliegveld van Denpasar. Ons idee was om hier nog een paar dagen een lekker knus hotelletje aan het strand te zoeken. Helaas bleek dat nog best lastig, omdat er vooral grote vijfsterrenhotels te vinden zijn langs de kust.
Maar eigenlijk maakte het ons niet zoveel meer uit. We waren aan het einde van onze reis gekomen en wilden vooral nog even genieten. Genieten van het strand, de warmte, het lekkere eten en vooral van het besef dat we dit gewoon echt hadden gedaan.
We hebben nog lekker gesurft, paardgereden over het strand, een bezoek gebracht aan een waterpark en natuurlijk nog heel veel lekker gegeten. Tussendoor hadden we eindelijk even de tijd om stil te staan bij alles wat we de afgelopen weken hadden meegemaakt.
En toen was het ineens tijd om naar huis te gaan. Onze backpacks waren gevuld met souvenirs, vieze was en vooral heel veel herinneringen.
Indonesië was voor ons meer dan alleen een mooie vakantiebestemming. Het was het land waar we ontdekten hoe leuk reizen buiten Europa eigenlijk is. Waar we leerden om plannen soms los te laten, ons aan te passen aan een ander tempo en vooral om nieuwsgierig te blijven.
De backpack ging weer de kast in, maar onze liefde voor reizen was definitief aangewakkerd.
En ergens begon hier misschien ook wel het idee voor onze grootste reis ooit…
